©2019 by Lucienne. Proudly created with Wix.com

 
Search
  • Lucienne

Volvo

Updated: Apr 18, 2019


Waar The Guardian op 23 februari van dit jaar mee uitpakte, daar had ik nog nooit bij stilgestaan. Toch keerde mijn maag spontaan bij het lezen van het artikel. Namelijk: de reden waarom vrouwen 17% meer kans hebben om te sterven bij een ongeluk, is omdat wagens niet zijn aangepast aan vrouwen. Mannen zijn volgens de cijfers vaker betrokken bij auto ongelukken, maar wanneer een vrouw betrokken is, heeft ze 47% meer kans op zware letsels en 71% meer kans op lichtere letsels dan mannen.


Over het algemeen zijn vrouwen kleiner dan mannen, daardoor zitten ze vaak dichter op het stuur. We moeten ook iets rechter zitten om overzicht te kunnen houden, omwille van de lengte. Dit sluit niet aan bij de ‘standaard positie’ om een wagen te besturen. Door anders te gaan zitten dan voorgeschreven, zijn we dus kwetsbaarder. De hoek van de knieën en heupen zijn blootgesteld aan groter gevaar doordat kortere benen anders zitten. In kop-staart aanrijdingen komen vrouwen spieren te kort in de nek en in het bovenlichaam, wat ons kwetsbaarder maakt voor whiplash. Doordat vrouwen gemiddeld minder wegen, gooit de autostoel ons eerder nog meer naar voor dan mannen. De vrouwen doen het dus volledig fout.


De eerste wagens dateren van 1885, vrij snel daarop kwam de vraag om deze wagens ook te testen. In de jaren 30 van de 20e eeuw was de Wayne State University in Detroit het eerste instituut dat serieus data begon te verzamelen over de effecten van aanrijdingen en botsingen op het menselijk lichaam. Het ontbrak hen echter aan de middelen om geschikte tests uit te voeren. Biomechanica stond nog in de kinderschoenen.


Eerst werden lijken gebruikt voor de tests. Mensen die een natuurlijke dood gestorven waren, veelal ouderen. Maar dat sloot niet aan bij het doelpubliek dat wagens kocht. Pas na de tweede wereldoorlog, kwam het besef dat de tests uitgebreider en correcter dienden te gebeuren, dat de data die daaruit zou volgen nuttig zouden kunnen zijn. Uiteindelijk vloeide uit de luchtvaartindustrie een eerste degelijke dummy pop, Sierra Sam. De pop had voor 95% het gewicht (76kg) en grootte (1,77) van een gemiddelde volwassen man en werd ingezet bij de eerste botsproeven. De spiermassa van de pop werd gebaseerd op een man, alsook de ruggengraat. In 68 werd de ‘moeder’ aller dummy poppen ontwikkeld, de Hybrid I. Vele poppen volgden, steeds beter ontwikkeld op technologisch vlak zodat de data collecte correcter kon verlopen.


In de jaren 80 kwam men eindelijk op het idee om ook een vrouwelijke dummy pop te ontwikkelen. In de Michigan University. Eerst werd het idee aan de kant geschoven door de ontwikkelaars. Het duurde uiteindelijk tot 2011 voordat met in de US een vrouwelijke pop ontwikkelde. Gebaseerd op de man, maar met iets grotere borstomvang en een smaller middel. Anatomisch compleet naast het doel geschoten, maar bon, er was een vrouwelijke pop. Alleen… werd deze pop nooit op een bestuurdersstoel gezet.


In 2018 klopte Astrid Linder, onderzoeksdirecteur verkeersveiligheid bij het Swedish National Road and Transport Research Institute, op tafel. Ze nam de voorschriften door voor de EU-vereisten voor crachtests. Daaruit bleek dat bij geen enkele crash test, een antropometrisch correcte vrouwelijke test pop werd vereist. Zowel bij het testen van de gordel, frontale botsingen en beide zijdelingse aanrijdingen vereisen uitsluitend tests met mannelijke dummies. Een vrouwelijke dummy is in 5 procent van alle testen wel vereist, maar uitsluitend als passagier. Hierdoor hebben we geen data van hoe vrouwelijke chauffeurs zich verhouden tegenover de wagen. Het meest frapante, is dat er nooit werk werd gemaakt van een degelijke vrouwelijke dummy pop. Waarbij rekening wordt gehouden met een correcte anatomie. Ten slotte gaat het niet over ‘uitzonderingen’ met wie geen rekening wordt gehouden, maar over 50% van alle chauffeurs. We spreken hier dan nog niet eens over de mogelijkheid dat diezelfde chauffeurs zwanger zouden kunnen zijn. Tot op vandaag bestaat er geen aangepaste gordel voor zwangere vrouwen.


Laten we hopen dat Linder echt iets in gang gezet heeft met haar paper rond dit onderwerp. En we zijn hoopvol, want de laatste week werden we plots overspoeld met een reclame van Volvo, ‘het E.V.A. Project’ (Equal Vehicles for All). Bij Volvo beweren ze reeds 40 jaar onderzoek te doen naar het vrouwenlichaam en deze resultaten nu te delen met de rest van de auto industrie. Bij het Nieuwsblad viel hun oog er ook op, want dit werd vandaag (15 april 2019) ook door hen opgepikt. Wij hopen dat deze dummies meer zijn dan aangepaste mannen-poppen, dat ze ook op de bestuurdersstoel plaatsvinden en dat men het onderwerp serieus neemt. Want 50% van de chauffeurs in de kou laten staan, hen 47% meer kans geven op zware letsels, dat is niet gewoon een detail. Naast Volvo, hopen we vooral dat de volledige auto industrie en ook de overheid werk maakt van verplichte testen met correcte vrouwelijke dummies. We zijn 2019, rijden nu reeds 134 jaar rond met wagens. Laten we veilige wagens voor iedereen ontwikkelen.


Nog even dit:

Ik focuste me in deze column op de wagens. Wagens zijn hoe dan ook moordwapens waar iedereen, inclusief ikzelf, gebruik van maakt. Ik heb me steeds veilig gevoeld tot ik dit artikel onder ogen kreeg.


Maar er is zoveel meer in onze maatschappij dat niet werd afgestemd op vrouwen. Zoals veiligheidspakken voor agenten en brandweervrouwen. Er wordt zelden rekening gehouden met de kleinere, fijnere handen die vrouwen hebben wat zich uit in de bouwsector bijvoorbeeld. Of met een dunnere huid van vrouwen, kijk maar naar de veiligheidsonderzoeken voor chemicaliën die uitsluitend voor een mannelijk publiek gebeurden. De schellen vielen van mijn ogen toen ik dit artikel las, dus ik raad het zeker aan om eens door te nemen: lees het volledige artikel in the Guardian.

63 views1 comment