©2019 by Lucienne. Proudly created with Wix.com

 
Search
  • Lucienne

Meisjes en STEM

- Sara De Mulder


Zonder vrouwen spraken we nu allemaal Duits


Voor het eerst in de 800 jarige geschiedenis van het Oxford College kregen er meer vrouwen dan mannen een plaats toegekend. Het College werd gesticht in 1249 en sinds 1878 zijn vrouwen er toegelaten. Maar velen lijken vergeten hoe ontzettend belangrijk dit feit is. Waren de jonge mannen die de aula’s geblokkeerd hielden en stemden tegen het toegangsrecht voor vrouwen aan universiteiten, in hun opzet geslaagd, dan leefden we wellicht in das drittes Reich en spraken we allemaal Duits. “Hello, we’re breaking machines. Have you got a pencil? Here, have a go.” Met deze woorden startte de studente Mavis Lever als 19-jarige haar carrière bij het Enigma Team in Bletchley Park. Ook Batey een studente Frans/Duits werd één van de top codebrekers in de Tweede Wereldoorlog. Haar werk zorgde er voor dat de Royal Navy een Italiaanse aanval verhinderde door hen zelf in een valstrik te lokken, bij de Slag van Matapan. Later dat jaar kraakte Mavis een Duits Abwehr enigma, waardoor de landing in Normandië in 1944 mogelijk werd gemaakt en D-Day de geschiedenis inging als THE DAY. Inderdaad de beste codebrekers waren vrouwen, later zouden dit soort vrouwen verder ingezet worden om de eerste computers (overigens ook uitgedacht door een vrouw) verder te optimaliseren en ze te programmeren. Toch slagen universiteiten in Vlaanderen en andere West-Europese landen er nauwelijks in vrouwelijke studenten aan te trekken voor het initieel vrouwelijke beroep van ICT’er. Hoe komt dit en wat is er nodig om vrouwen opnieuw te laten beseffen dat computers en wetenschap wel degelijk hun ding zijn. Niet alleen omdat ze nog niet zolang geleden de wereld redden maar omdat ze dat vermoedelijk nog eens zullen moeten doen.


Teken een wetenschapper

De ‘Draw a scientist’ - test wordt al 50 jaar lang afgenomen van scholieren tussen zes en zeventien jaar. De opdracht is eenvoudig; teken een wetenschapper. Professor in de Sociale Psychologie Alice Eagly (VS) onderzocht met haar team deze tekeningen. Ze ontdekte het volgende. In het verleden tekenden jongens steevast een man, ook vandaag de dag tekent nog 96% van de jongens een man bij deze opdracht. Aangezien de realiteit op de arbeidsmarkt wijzigde, wilde men zicht krijgen op het effect daarvan op deze opdracht. Bij de meisjes is er een evolutie zichtbaar nu tekent ongeveer 48% van de meisjes een vrouw. Ergens is dit logisch. Een zesjarige tekent iemand van het eigen geslacht, de notie van wetenschapper is misschien vaag voor een kind van die leeftijd maar we kunnen concluderen dat het beeld heden ten dage op zesjarige leeftijd nog niet beladen is met genderstereotypen. Rond de leeftijd van tien tot elf wijzigt het geslacht echter van vrouw naar man, bij 16-jarige meisjes tekent 75% een man. Als de studiekeuze zich aandient is het stereotype man/wetenschapper beeld dus helaas alsnog sterk verankerd geraakt. Als meisjes zich niet vereenzelvigen met het beeld van wetenschapper, zijn ze ook minder geneigd dit als een valabel toekomstperspectief te beschouwen.


De Vlaamse overheid heeft een actieplan STEM uitgewerkt en er wordt progressie gemaakt er is een stijging van 27 naar 31% meisjes in STEM richtingen. Toch zijn er kanttekeningen.

Contradictorisch genoeg zit de grootste hindernis bij de richting informatica waar men er haast niet in slaagt vrouwen te overtuigen aan de opleiding te starten. Voor fysica is er ook een grote hinderpaal daar daalt het aantal vrouwelijke inschrijvingen van 25% naar 17%. De ingenieursopleiding zet in op vrouwen maar raakt amper boven de 20 procent. Enkel de richting scheikunde kentert een dalende trend. Richtingen met het woord ‘bio’ doen het dan weer beter, die hebben een evenwichtige balans tussen jongens en meisjes.


De tendensen zijn verontrustend. We zien vandaag geen evolutie naar meer gelijkheid tussen mannen vrouwen maar omgekeerd, meer dan ooit zien we opleidingen en richtingen met een uitgesproken hoeveelheid of meerderheid van jonge vrouwen, in het eerste jaar pedagogische wetenschappen of audiologie en andere studierichtingen met een uitgesproken aantal mannen. Deze evolutie neemt toe net op het moment dat we meer dan ooit aandacht geven aan gendervraagstukken in onderwijs en onderzoek.


Welvaartsstaat

De OESO publiceerde een rapport waarin ze landen vergelijkt op basis van participatie van vrouwen in STEM, landen als België, Nederland en Noorwegen komen er niet goed uit ook al hebben ze een beleid dat sterk op gender inzet. In uitgesproken vrouwonvriendelijke landen als India is 45% van ICT’ers vrouw, in landen als Iran, Oman etc zijn meer dan de helft van de wetenschappers vrouw. Hoe kunnen we die paradox verklaren?


Professor Veerle Draulans poneert in een opname van de Universiteit van Vlaanderen, de hypothese dat landen die een welvaartsstaat zijn met een relatief hoog inkomen, waar de gemeenschap zorgt voor basisnoden van mensen, meer keuzevrijheid bieden om te opteren voor een opleiding, ook als die niet leiden tot een hoog aanzien of inkomen of met veel arbeidsplaatsen. Mensen hebben de mogelijkheid te kiezen op basis van interesses en wat in lijn ligt met genderstereotype verwachtingspatronen. In lage inkomenslanden zijn maatschappelijke noden zo groot en zichtbare veranderingen zo duidelijk noodzakelijk dat als mensen studies kiezen, ze gemakkelijk geneigd zijn mee te willen merken aan die zichtbare verbeteringen. Dat doe je als je bruggen bouwt, veeteelt optimaliseert, studenten kiezen vanuit het verlangen om bij te dragen, om ingenieur te worden of bioloog etc.

Het is wellicht het vangnet van de welvaartsstaat dat veroorzaakt dat studenten meer kiezen in lijn met genderstereotype verwachtingen.


Liggen de zaken echt zo eenvoudig, zijn vrouwen gewoon graag minder betaald in maatschappelijk ondergewaardeerde jobs met middelmatige carrières?


Family Science Capital

In welk gezin staan er vier nobelprijzen op de schouw. Het antwoord is bij de familie Curie; Marie, Pierre, dochter en schoonzoon. De biografie van Marie Curie beschrijft het belang van family science capital. Haar moeder was directeur van een middelbare school in Polen en haar vader leerkracht chemie en fysica.


Is de fascinatie voor wetenschap en prangende vragen en de afkeer ervan erfelijk? Is het door tentoonstellingen, artikels, school of zijn het mensen uit de nabije omgeving die onze interesse bepalen? Invloeden op studiekeuze zijn divers, leerkrachten, ouders en vrienden spelen allemaal een rol. Louise Archer een Londense onderzoekster werpt licht op de zaak. Ze stelt de notie ‘science capital’ centraal om te begrijpen hoe mensen wetenschappelijk kapitaal opbouwen. Na een eerste onderzoeksfase voegde ze een adjectief toe. Het is ‘family science capital’ dat in grote mate bepaalt of je als kind interesse krijgt in wetenschappen.


Ze deelde 1700 kinderen op in een low, een medium en een high science capital groep. Slechts 5% vd 1700 kinderen behoorden tot de groep high science capital en in die groep bevonden zich meer jongens dan meisjes. Ze kwamen vooral uit welgestelde gezinnen. Van de 92 meisjes die tot de high groep behoorden was er 60% die opgroeide in een familie met een High Family Science Capital via ouders of broers en zussen.

Inspirerende verhalen als dat van Marie Curie zijn belangrijk om door te geven en te vertellen, ze kunnen vrouwen duiden dat een wetenschappelijke carrière mogelijk is, ook als vrouw.


Enkele bedenkingen

Professor Draulans wijst op de ambigue houding ten opzichte van STEM. Ze vraagt zich af waarom we vrouwen willen stimuleren voor STEM-richtingen, maar vraagt zich af hoe het met andere knelpuntberoepen zit. Waarom ligt de bedrijfswereld wakker van het tekort van vrouwen in STEM richtingen en waarom slechts weinigen van het tekort aan mannen in de zorgsector?


Dit is echter niet de enige mogelijke bedenking. Als studenten in niet-welvaartstaten bewust kiezen voor richtingen waarmee ze het verschil kunnen maken wat de noden van hun land betreft, waarom zou dat in welvaartsstaten niet het geval zijn? Dit wordt weggezet als genderstereotiep gedrag maar wat als de motivatie bij vrouwen niet anders is dan in ontwikkelingslanden. Dat zij evengoed kiezen om bij te dragen aan de hoogste noden maar dat mannen dat alleen doen als er een flinke verloning tegenover staat, terwijl dat bij vrouwelijke studenten minder uitmaakt? Is daar onderzoek naar gedaan?


In Finland is het beroep leerkracht het meest gegeerde, het is tevens één van de best betaalde beroepen, met een zeer hoge maatschappelijke status, in Finland is het geen probleem om mannen voor de klas te krijgen.


Dit geldt ook voor kinderzorg zelfs al betreft het hun eigen kind. Als mannen 85% van hun loon behouden willen ze wel vaderschapsverlof opnemen in een ‘take it or lose it -systeem’ zoals in IJsland. Men heeft op een bepaald moment geprobeerd de verloning te verlagen met meteen een drastische daling tot gevolg van het aantal mannen dat thuis bleef. Ook al ging het om een verlies van maar liefst drie maanden geboorteverlof. Mannen lijken enkel te willen zorgen als ze daar voldoende voor betaald worden. Misschien wordt het tijd om zogezegde vrouwenberoepen evenveel te betalen als andere sectoren. Wellicht zullen vrouwen altijd kiezen wat nodig is in een samenleving, maar het zal misschien die verdomde ongelijkheid definitief wegwerken. Dan is er voldoende mankracht in alle sectoren en kunnen vrouwen met een gerust hart weer kiezen voor STEM.

150 views