©2019 by Lucienne. Proudly created with Wix.com

 
Search
  • Lucienne

Fatphobia in tijden van body positivity

- Sophie Desimpel en Evelien Bogaert


Fatphobia is zo alomtegenwoordig in onze maatschappij dat de meeste onder ons er volledig blind voor zijn.


Een anekdote die dat duidelijk maakt: recent ging ik naar de dokter met een ontstoken gezicht na het trekken van een verstandskies, daardoor had ik een kleine week niet meer echt kunnen eten en voelde ik mij zwak en belabberd. Na de consultatie merkte de dokter met een glimlach op: ‘zie het als een klein dieet’ – alsof het feit dat ik nu waarschijnlijk, tegen mijn zin, vermagerd iets positief was. Het ergste was dat ze duidelijk niet besefte hoe problematisch deze uitspraak is.


Een ander doktersverhaal: ik ging een aantal jaar geleden naar de dokter met een hartslag van 110 slagen per minuut. Ik voelde me al een week opgejaagd en was de laatste maand plots 10 kilo vermagerd, zonder dat ik daar iets voor gedaan had. Zonder onderzoek stuurde de arts me de laan uit. Ze zei me dat alles te wijten was aan stress en dat ik blij mocht zijn dat ik 10 kilo verloren was ‘want het was wel echt nodig’. Ik was verbouwereerd. Mijn klachten werden weggelachen én ik werd gefatshamed door een expert waarvan ik dacht dat ze mij serieus zou nemen.


Onze maatschappij is inherent vet fobisch en dat wordt vaak onsubtiel duidelijk gemaakt – wenslijstjes met wat ik wens voor het nieuwe jaar met bovenaan alles kunnen eten en niet verdikken, stoelen en tafels in horecagelegenheden die duidelijk niet gemaakt zijn voor dikkere medemensen, kledijmaten die niet verder gaat dan een L, jaarlijkse tendentieuze dieethypes die je eindelijk dat perfecte lijf zullen geven, lijstjes met goed en slecht voedsel, die BV die 15 kilo vermagerd is en waar een week lang in de boekjes over wordt geschreven alsof het haar grootste triomf ooit is én tips en tricks om ook zo veel gewicht te verliezen op korte tijd. Open instagram en je ziet talloze reclames voor thee of pillen om te detoxen of overtollige kilo’s weg te smelten, de laxatie-effecten moet je er maar bijnemen.


De dieetmaatschappij is alomtegenwoordig. En als ik dan toch eerlijk ben: ja, ik heb ook al op die artikels en reclames geklikt. Als je jezelf bijna nooit herkent in de lichamen die de media aanprijst, vreet dat aan je zelfbeeld. Erger is dat mensen die ik in levende lijve ontmoet hier ook in meegaan. Als er mannen je op straat of op café aanspreken omdat ze het per sé nodig vinden om je te zeggen dat je dik bent, dan is er iets in je dat dat gaat geloven. Ik heb me jaren geschaamd om te eten in het openbaar. Zo erg, dat ik in het middelbaar mijn vrienden vroeg om voor mij een koek uit de automaat te halen en die dan heimelijk binnen moffelde omdat ik constant in angst leefde dat iemand zou zeggen: ‘Waarom eet zij dat? Ze is toch al dik genoeg?’


Dik zijn en gelukkig moet een van de laatste taboes zijn, maar zonder twijfel een van de hardnekkigste. Dun zijn is een prestatie en dik zijn is een mislukking – het gevolg van ‘je laten gaan’. Je kan dus niet en dik zijn en gelukkig. Dat is een contradictio in terminis. En reken maar dat je er de gevolgen zal van dragen. Dat je ook dik kan worden door een verstoring in je hormoonbalans, door je genen, door stress, door ziektes allerhande wordt in de doofpot gestopt. Wie dik is eet te veel. Wie dik is heeft daar zelf voor gezorgd.


Het meeste gebruikte argument is dat dik zijn ongezond is, maar los van het feit dat dit niet gemakkelijk aangetoond kan worden en ook BMI geen ongecontesteerde methode is, rust er nog steeds een hardnekkig stigma op dik zijn. We vergeten bijvoorbeeld dat dikke mensen ook marathons kunnen lopen en vinden het ‘dapper’ als ze opdagen in de fitness. Door ons daar niet bewust van te zijn en dik zijn gelijk te stellen met ongezond zijn, worden dikkere mensen uitgesloten op vele vlakken. Onder meer in de gezondheidszorg, sportfaciliteiten en dagelijkse infrastructuur.


Eigenlijk zorgen we ervoor dat het dus nog moeilijker is voor dikke mensen om zich te laten helpen als ze dat willen en een gezonde relatie te ontwikkelen met hun eigen lichaam. Veel mensen hebben een ongezonde levensstijl, maar aangezien dat vaak minder zichtbaar is, krijgen zij niet of veel minder te maken met onbeleefde opmerkingen, uitsluiting en stigma. Om een of andere reden vinden veel mensen dat ze het recht hebben om dikkere mensen uit te sluiten of te beschimpen op basis van de veronderstelling dat ze ongezond zijn. Maar zelfs al is dat het geval, hebben we het moreel recht om anderen te veroordelen? Want dit is de grote vraag natuurlijk; ‘Wie heeft het recht om een andere te beoordelen en waarom?’ Waarom is het voor zoveel mensen zo makkelijk om iemand die zwaarder is te veroordelen en dat ook duidelijk te tonen?


Fatshaming vermomd als bezorgd zijn om iemands gezondheid voelt dan ook aan als een nieuwe trend. Vorig jaar nog vroeg iemand me hoeveel keer per week ik nu sportte: ‘Twee keer? Om te vermageren moet dat wel minstens drie keer zijn.’ Wat ze me niet vroeg was of ik wel sportte om te vermageren. Ze nam dat gewoon zo aan, omdat ik toevallig dikker ben dan zij. Of mensen zijn verbaasd dat dikke mensen ook sportief kunnen zijn en zeggen letterlijk dingen als: ‘Wauw, jij kan dat. Dat had ik niet verwacht als ik je zo zag.’ Het onderschat worden, ook op andere vlakken, en je telkens opnieuw moeten bewijzen vraagt veel energie. Respect is vaak ver te zoeken.


Ergens zit daar in veel gevallen een zeer verwrongen relatie met een eigen lichaam en opgelegd maatschappelijk beeld van hoe een lichaam er moet uitzien. We zijn allemaal opgegroeid met een onhaalbaar schoonheidsideaal dat dunner nastreeft. Dun zijn staat gelijk aan succes, geluk en schoonheid. Een dunne vrouw is ‘fuckable’, een dikke vrouw mag blij zijn als ze eens aandacht krijgt en o wee, als ze die aandacht dan af scheept, hoe arrogant is dat?


Spijtig genoeg heeft de recente body positive beweging ondanks de mooie intenties daar niet zo veel aan veranderd. In plaats van aanvaarding dat je lijf gewoon je lijf is, gaat het ook hier over hoe perfect al onze lijven zijn. Op die manier wordt er weer een waarde gekleefd aan een lichaam en komt er dus weer plek voor mensen die stellen dat als je body positive bent je slank en fit moet zijn. Dat er nog steeds veel winkels zijn waar maatje 42 de grootste maat is, terwijl de gemiddelde kledingmaat van een Belgische vrouw ook 42 is, onderschrijft dit. Wat dan met mensen die niet onder het gemiddelde zitten; zijn zij gewoon onzichtbaar? Waarschijnlijk komt hieruit de discussie voort of plussize modellen op een cover zetten niet aanzet tot obesitas. Representatie is in die mindset ondergeschikt aan het beeld van het perfecte lijf.


Wij pleiten voor een neutralere visie op een menselijk lichaam. Ja we hebben een lijf en ja dat bepaalt hoe we de wereld waarnemen. Het zorgt ervoor dat we kunnen genieten en nadenken en dat is eigenlijk echt wel wonderbaarlijk. Maar kunnen we aub stoppen met sommige lijven een grotere waarde toe te kennen als een ander? Hoe saai zou de wereld zijn mocht iedereen een maatje 36 hebben. Het straatbeeld is zoveel mooier als smorgasbord dan als eenheidsworst.


Dus al wie zin heeft om met ons eens te gaan eten: wij beloven plechtig dat we niet praten over diëten, slecht/goed voedsel of het perfecte lijf. Graag horen we wat jou doet tikken, hoe je de wereld ziet en hoeveel katten je hebt!


351 views